Brief aan mijn Kind - recensie

Brief aan mijn Kind – recensie

in de Standaard verscheen volgend artikel over de voorstelling Brief aan mijn Kind van Maelstrom.

bamk-artikel-standaard

 

Samen met enkelen onder u schreven Thomas Janssens en Jorre Vandenbussche een brief aan hun kind. Intussen timmerde Mikaël Wellens een houten zitmeubel in mekaar. Het resultaat: een intieme vertelling die je meemaakt vanop een bankje en vanonder een gloeilampje.

Ongeveer een jaar geleden riepen Janssens en Jorre Vandenbussche – samen het collectief Maelstrom – de toeschouwers van de cultuurcentra waar ze met Brief aan mijn kind zouden spelen op om een brief aan hun (denkbeeldig) kind te schrijven. Die brieven werden verzameld door de cultuurcentra en aan het duo bezorgd.

Dat duo las alle brieven, duidde de passages aan die ze absoluut wilden voorlezen en hingen de brieven vervolgens met kleine haakjes aan de draad die boven de bankjes gespannen is. Intussen schreef Janssens een brief aan zijn eerste kind, een zoontje. Janssens bewees al met een voorstelling als De laatste reis van Donald Crowhurst over een meer dan uitstekende pen te bezitten. In deze brief bevestigt hij zijn schrijverstalent. Deze theatermaker zou wel eens tot een van dé pennen van zijn generatie kunnen uitgroeien. Al is hij op dit moment vooral sterk in het schrijven van verhalen die vanuit een stem verteld worden. De man weet bovendien die woorden op een even intieme als heldere manier te vertolken. Waardoor het lijkt alsof je over zijn schouder mee leest. Bijzonder. In die brief toont hij zich niet alleen een liefhebbende, bezorgde vader maar evengoed een belezen man met een maatschappijkritische mening. Het fijne: hij verwoordt die mening op een verfrissend poëtische manier. Je hangt aan zijn lippen.

Janssens wandelt op netjes opgeblonken, bruine lederen schoenen over de scène en tussen de bankjes. Jorre Vandenbussche doet dat op kousenvoeten. En, in tegenstelling tot Janssens, zonder versterkte stem. Hij doorspekt Janssens’ brief met fragmenten uit de brieven van de toeschouwers. Dat is een erg mooi, warmhartig gebaar maar – en nu klinken we wellicht als de koele kikker-recensent – die toeschouwersbrieven fnuiken het ritme soms en verbleken tegenover de straffe brief van Janssens. Elke brief is een prachtige liefdesbrief aan een kind maar niet elke brief is een prachtig staaltje schrijfkunst. Ook al leest Vandenbussche die brieven zo goed en respectvol mogelijk voor en kiest hij voor de meest spitse, ontroerende of grappige fragmenten.

Je merkt aan de manier waarop Vandenbussche leest, de secure compositie van de geluidsfragmenten (uit interviews die de makers hadden met sommige briefschrijvers) en de minutieuze opbouw van de vertelling (van gefluister naar geschreeuw) dat hier met ontzettend veel zorg aan gewerkt is. Het levert een mooie, rijke, tot in de details doordachte voorstelling op die aanvoelt als een dekentje in donkere, kille tijden en inzet op verbondenheid, broodnodig vandaag. Dit stuk is op sociaal vlak glansrijk geslaagd en voelt als een hartverwarmend cadeau aan het publiek. Maar, dat cadeau had nog mooier kunnen zijn als de makers iets minder edelmoedig waren omgesprongen met het cadeau van hun publiek.